door Jan Heuvel | feb 2, 2026 | Blogs |
Tot op heden zijn wetenschappers en therapeuten er niet in geslaagd het stotterprobleem werkelijk te doorgronden. Daardoor ontbreekt er nog steeds een afdoende oplossing. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost, wordt het al snel bestempeld als ‘moeilijk’, ‘complex’ of zelfs ‘onoplosbaar’. Het gevolg is vaak berusting: men richt zich niet langer op het vinden van een oplossing, maar op acceptatie en omgaan met het probleem.
Toch hoeft iets wat onoplosbaar lijkt, niet per se ingewikkeld of daadwerkelijk onoplosbaar te zijn. Soms wordt eenvoudigweg vanuit de verkeerde hoek gekeken. Bij stotteren richt de aandacht zich meestal op de zichtbare en hoorbare symptomen: haperingen, blokkades en secundair gedrag. Deze verschijnselen zeggen echter weinig over de kern van het probleem. Achter deze benadering gaan twee hardnekkige denkfouten schuil, die diep verankerd zijn in onze manier van denken over spraak.
1. De irrationele opvatting van spraak
De eerste, en wellicht meest fundamentele, denkfout komt vrijwel overal voor: bij wetenschappers, therapeuten, mensen die stotteren én mensen die natuurlijk spreken. Iedereen heeft – vaak zonder zich daarvan bewust te zijn – een irrationele opvatting van spraak. We denken op een verkeerde manier over wat spreken eigenlijk is en hoe het tot stand komt. Daardoor zoeken we oplossingen op plaatsen waar ze niet te vinden zijn. In hoofdstuk 5 werd hier uitgebreid op ingegaan.
2. Een verkeerd uitgangspunt
De tweede denkfout ligt in de ogenschijnlijk logische neiging om iemand die stottert te vergelijken met iemand die natuurlijk spreekt. Die vergelijking lijkt zinvol, maar brengt vooral de uiterlijke kenmerken van stotteren in kaart, niet de onderliggende oorzaak. Wanneer symptomen worden aangezien voor oorzaken, ontstaat er een fundamenteel verkeerde onderzoeksrichting.
Omdat onderzoekers doorgaans voortbouwen op elkaars bevindingen, raakt men steeds verder verwijderd van de kern van het probleem. Juist door deze aanpak blijft stotteren onbegrepen. De wetenschap zou grote stappen vooruit kunnen zetten door een andere vraag te stellen: waarin verschilt iemand die stottert van zichzelf — tussen momenten van stotteren en momenten van natuurlijk spreken?
Vrijwel iedereen die stottert kent immers situaties waarin hij wél natuurlijk spreekt. Dáár ligt de sleutel. Door te onderzoeken wat er in die momenten anders is, verschuift de aandacht van het probleem naar de oplossing.
Waarom wordt deze benadering niet opgepakt binnen het logopedische veld?
Als het stotterprobleem meer dan een eeuw geleden al werd opgelost, waarom wordt deze benadering niet opgepakt binnen het logopedische veld?
In mijn beginjaren bood ik Hausdörfer-cursussen aan voor logopedisten. De belangstelling was er zeker, maar vaak met een specifieke insteek: “Wat kunnen wij hieruit halen om onze eigen werkwijze te verbeteren?” Wie werkelijk begrijpt hoe deze methode werkt, ziet echter iets anders. Je kunt haar niet simpelweg toevoegen aan bestaande therapieën. Vrijwel alles wat je geleerd hebt, zou je moeten loslaten om een fundamenteel ander pad in te slaan.
Dat is een ingrijpende stap — zeker wanneer je afhankelijk bent van collega’s, beroepsorganisaties, richtlijnen en bestaande structuren. Afwijken van het dominante narratief kan je professionele positie en zelfs je inkomen in gevaar brengen. Dit mechanisme hebben we de afgelopen jaren ook in andere maatschappelijke domeinen gezien.
Amathia: onwetendheid die zichzelf niet kent
De oude Grieken hadden hier een woord voor: amathia. Het betekent niet zomaar onwetendheid, maar onwetendheid die denkt te weten — en daardoor niet langer openstaat voor correctie.
Dit mechanisme beperkt zich niet tot de politiek en media; het is ook zichtbaar in de gezondheidszorg. Systemen belonen zekerheid, niet effectiviteit. Theorie, niet resultaat. Narratief, niet werkelijkheid.
Ook binnen de stottertherapie is dit patroon herkenbaar: meer dan een eeuw geleden bestond er al een werkzame oplossing. Omdat deze echter niet paste binnen het heersende denkkader, werd zij genegeerd, gemarginaliseerd uiteindelijk simpelweg vergeten.
Tot slot
De parallel is pijnlijk duidelijk. Niet omdat mensen kwaadwillend zijn, maar omdat systemen de neiging hebben zichzelf in stand te houden. Zo blijft stotteren voor velen onnodig bestaan.
Misschien is het tijd om opnieuw te luisteren —
niet naar wat het hardst klinkt,
maar naar wat al die tijd heeft gewerkt.
door Jan Heuvel | feb 2, 2026 | Blogs |
Het bereiken van mijn AOW-leeftijd voelt als een natuurlijk moment voor een kleine terugblik. Niet alleen op mijn leven, maar vooral op een ontdekking die alles veranderde. Tot mijn 25ste had ik eigenlijk maar één probleem: ik stotterde. Dat veranderde onverwacht en radicaal tijdens een workshop over de Hausdörfer-methode in Keulen. Na een korte uitleg en een paar eenvoudige oefeningen grapte ik tegen mijn medecursist: “Stotter jij nog? Ik niet meer!”
Het was als grap bedoeld — maar zo voelde het werkelijk.
Een ervaring die alles op zijn kop zette
Deze ervaring raakte mij op meerdere niveaus. Natuurlijk was er geluk en opluchting: eindelijk begreep ik wat spraak werkelijk is. Niet iets dat uit letters en woorden bestaat, maar uit klanken. En dat ik elk stemgeluid dat nodig is voor spraak, simpelweg kan maken. Tegelijkertijd was er verbazing en verontwaardiging. Want als er een oplossing bestaat voor stotteren — waarom ontdekte ik die dan pas bij toeval op mijn 25ste? Waarom wordt deze kennis niet breed toegepast? Die vragen lieten mij niet meer los. Sterker nog: ze vormde het begin van mijn loopbaan als inspirator voor natuurlijk spreken.
Het gedachtegoed bleef, de vorm veranderde
De methode van Oscar Hausdörfer, zoals hij die rond 1900 beschreef in vier boeken, is in essentie altijd dezelfde gebleven. De natuurwet die geldt voor spraak verandert immers niet. De echte uitdaging zat voor mij niet in de inhoud, maar in de overdracht. Bij Hausdörfer volgde men vier weken interne therapie, eventueel verlengd met nog eens vier weken. Dat lijkt lang, maar in de jaren zeventig en tachtig waren ook andere methodes vaak wekenlang intern, soms zelfs meerdere keren per jaar en er waren lange wachttijden. Ik was ervan overtuigd dat het korter en efficiënter kon.
De eerste cursussen die ik eind jaren tachtig gaf, bestonden uit twee weekenden met vier weken ertussen. Ik merkte echter hoe lastig het was om mijn kennis, ervaring en overtuiging in korte tijd helder over te brengen. Op zoek naar eenvoud ontstond het model “Das Haus” van Hausdörfer:
- het fundament: de natuurwet van spraak;
- drie pilaren: onhandige doelstellingen vervangen, rationele zelfsuggestie en flegma;
- het dak: discipline, een gezonde wil en een gezonde levenswijze.
De sleutel: flegma
In de beginjaren kreeg flegma te weinig aandacht. De nadruk lag op klanksturen, met spreekrust (spreekvertrouwen) als doel. Cursisten ergerden zich echter wanneer die spreekrust soms niet werd bereikt. Die ergernis bleek net zo schadelijk als de ergernis over stotteren zelf. Daarmee bleef ook het doel vloeiend spreken onbewust intact — precies wat de spreekspanning in stand houdt. Lange tijd was ik mij er niet van bewust welke doorslaggevende rol de flegmatieke (gelijkmoedige) gevoelstoestand in mijn eigen ervaring had gespeeld. Dit besef zorgde ervoor dat flegma (gelijkmoedigheid) centraal kwam te staan: niet vechten, niet corrigeren, maar streven naar een gelijkmoedige houding die het toepassen van de natuurwet van spraak gemakkelijk maakt.
Een volgende stap: werken rondom het doel
In 2010 introduceerde ik — met dank aan psychologe Angela Stoof — de circumambulerende werkwijze, geïnspireerd op het gedachtegoed van Carl Jung. Niet recht op het doel af, maar er als het ware de kern omcirkelen en vanuit allerlei invalshoeken benaderen. Dit maakte de methode niet alleen eenvoudiger overdraagbaar, maar ook makkelijker toepasbaar. Omdat je niets meer “fout” kon doen, werd de prestatiedruk verlaagd en faalangst op een zijspoor gezet. De juiste inzichten en de bevestiging daarvan geven je vleugels, zodat er simpelweg geen weg meer is die aan je doel voorbijgaat. Zo ontwikkelde de werkwijze zich in veertig jaar tijd verder, terwijl het oorspronkelijke gedachtegoed van Hausdörfer altijd als onwrikbare basis is blijven bestaan.
Eén vraag bleef knagen
Voor mij was het stotterprobleem vrij snel opgelost en waren al mijn vragen beantwoord. Één vraag bleef echter lange tijd open: waarom wordt dit niet opgepakt in het logopedische veld? In mijn beginjaren bood ik Hausdörfer-cursussen aan logopedisten aan. De belangstelling was er zeker, maar vaak met de insteek: “Wat kunnen wij hieruit halen om onze eigen werkwijze te verbeteren?” Wie werkelijk begrijpt hoe deze methode werkt, ziet echter iets anders: je kunt haar niet toevoegen. Vrijwel alles wat je geleerd hebt, zou je moeten loslaten om een nieuw pad in te slaan. Dat is een moeilijke stap — zeker wanneer je afhankelijk bent van collega’s, beroepsorganisaties en richtlijnen. Afwijken van het dominante narratief kan je positie en inkomen in gevaar brengen. We hebben dit mechanisme recent ook gezien in andere maatschappelijke domeinen.
Amathia: onwetendheid die zichzelf niet kent
De oude Grieken hadden hier een woord voor: amathia. Het betekent niet zomaar onwetendheid, maar onwetendheid die denkt te weten — en daardoor niet langer openstaat voor correctie. Dit mechanisme beperkt zich niet tot de politiek of de media; het is ook zichtbaar in de gezondheidszorg. Systemen belonen zekerheid, niet effectiviteit. Theorie, niet resultaat. Narratief, niet werkelijkheid. Ook binnen de stottertherapie is dit patroon herkenbaar. Meer dan een eeuw geleden bestond er al een werkzame oplossing. Omdat deze echter niet paste binnen het heersende denkkader, werd zij genegeerd, gemarginaliseerd of simpelweg vergeten.
Tot slot
De parallel is pijnlijk duidelijk. Niet omdat mensen kwaadwillend zijn, maar omdat systemen de neiging hebben zichzelf in stand houden. Zo blijft stotteren voor velen onnodig bestaan.
Misschien is het tijd om opnieuw te luisteren —
niet naar wat het hardst klinkt,
maar naar wat al die tijd heeft gewerkt.
door Jan Heuvel | sep 29, 2025 | Blogs
Stotteren begint meestal op jonge leeftijd. Dit hoeft geen reden te zijn voor bezorgdheid, want in ongeveer 80% van alle gevallen verdwijnt het stotteren vanzelf. Als het stotteren aanhoudt, is dat het gevolg van onwetendheid m.b.t. stotteren en spraak in combinatie met een sensibele aard van het kind. De onwetendheid bestaat onder anderen uit een denkfout — een misvatting die niet alleen de persoon die stottert heeft, maar vrijwel iedereen. Door zich bewust te worden van deze misvatting kunnen ouders ALTIJD voorkomen dat het stotteren zich bij een jong kind ontwikkelt tot een blijvende vorm en kan stotteren uit de wereld worden geholpen. Hieronder zal ik dit toelichten.
Waardoor ontstaat stotteren
Stotteren kan ontstaat door elke vorm van spanning of opwinding bij een kind en is daarom niet te voorkomen. Wél kan worden voorkomen dat dit onschuldige, beginnende stotteren zich ontwikkelt tot een blijvende vorm.
Sinnton oftewel betekenisklank
In zijn vierde boek (1938) bespreekt Oskar Hausdörfer nog eens de specifieke rol van de ‘Sinnton’ in de spraakontwikkeling, zowel naar de natuurlijke spraak als naar een blijvende vorm van stotteren. ‘Der Sinnton’ betekent letterlijk vertaald ‘de zinklank´, een zinvolle klank oftewel een klank met betekenis.
Waarom wordt bij het zingen niet gestotterd?
Vrijwel iedereen die stottert, kan moeiteloos zingen, ook in gezelschap van anderen. Hoe komt dat? Omdat zij dan iets doen wat volkomen normaal is, namelijk bewust stemgeluid produceren, terwijl de mondbewegingen grotendeels automatisch verlopen. De aandacht is volledig gericht op het stemgeluid. Gedachten worden bewust hoorbaar gemaakt door middel van stemgeluid. Dit is een natuurwet die geldt voor spraak.
Spreken is eigenlijk monotoon zingen en zingen is melodieus spreken. In beide gevallen produceren we bewust stemgeluid. We noemen dit ‘betekenis-klanken’ omdat het niet zomaar een stemgeluid is, maar omdat het zodanig gevormd is dat het een betekenis heeft — het draagt informatie.
We spreken in enkelvoudig of meervoudig gevormde betekenis-klanken. Neem bijvoorbeeld het woord steen: dit is een enkelvoudige gevormde betekenis-klank. Aarde en mineraal zijn voorbeelden van meervoudig gevormde betekenis-klanken, evenals de zin ‘Ik loop naar de brievenbus’. In alle gevallen is er sprake van slechts één enkel- of meervoudig gevormde betekenis-klank omdat het stemgeluid vanaf het begin tot en met het einde onafgebroken doorklinkt. Dit betekent dat er geen ‘beginletters’ of ‘moeilijke woorden’ voorkomen in de spraak. De persoon die stottert gaat dus vechten met iets dat niet bestaat.
‘Zomaar een stemgeluid’ produceren, dus zonder betekenis, kan iedereen, ook iemand die stottert. Het kost geen moeite en er komt geen spanning bij kijken. Maar zodra het stemgeluid een betekenis krijgt, gaat er bij iemand die stottert een knop om. Er ontstaat paniek, terwijl dit eigenlijk precies hetzelfde is: bewust stemgeluid produceren’ dat onbewust en automatisch wordt gevormd tot een betekenis-klank. Waarom? Iemand die stottert, ziet dit als ‘praten’ en dat gaat gepaard met de ‘dat kan ik niet’-gedachte, waardoor direct (faal)angst en spreekspanning ontstaan. Deze persoon gaat z’n uiterste best doen om goed te spreken, waardoor het onbewuste spraakautomatisme verandert in een bewuste spraakcontrole en de spraak niet meer natuurlijk verloopt. Dit gebeurt niet wanneer de persoon die stottert geen drang heeft om goed te praten, zoals bijv. bij een huisdier, een baby of wanneer hij/zijn alleen is. Dit verklaart waarom iemand in sommige situaties wél en in andere situaties niet stottert. Hoe wordt de natuurwet die geldt voor spraak op z’n kop gezet?
De irrationele opvatting van spraak
De onnatuurlijke aansturing van de spraak wordt veroorzaakt door een irrationele opvatting van spraak, die vrijwel iedereen heeft. Vrijwel iedereen denkt dat we ‘woorden’ spreken. Maar een woord bestaat uit letters — schrifttekens. Schrifttekens kunnen we niet spreken, alleen maar schrijven. Ook denkt iedereen dat een woord bestaat uit klinkers en medeklinkers. Helaas worden deze vaak gezien als letters, en letters als klanken. Maar een klank is een geluid, iets wat hoorbaar is en een letter is iets zichtbaars. Met andere woorden: we beschouwen woorden ten onrechte als iets zichtbaars, terwijl spraak juist draait om het hoorbare.
In onze opvoeding en educatie wordt in de regel geen onderscheid gemaakt tussen spraakklanken en schrifttekens. Voor natuurlijk sprekende kinderen is dat geen probleem, maar het kind dat stottert associeert ‘woord’ met letters (en dus met iets zichtbaars) en gaat er mee vechten. Overal, thuis, op scholen en in therapieën, wordt deze irrationele opvatting bevestigd en versterkt omdat vrijwel iedereen dezelfde, foute opvatting heeft. Daarnaast leert het kind zichzelf ook nog andere onnatuurlijke aspecten aan in het gevecht met woorden of het leert deze in ´therapie´, zoals bijvoorbeeld letten op de ademhaling of diverse spreektechnieken, waardoor het spreken steeds onnatuurlijker wordt.
De irrationele opvatting van spraak is geen oorzaak van stotteren, maar levert wel een aanzienlijke bijdrage in de ontwikkeling en instandhouding van stotteren.
Denkfout rechtzetten
Het is dus vooral van belang dat deze ‘denkfout’ wordt rechtgezet, niet alleen bij personen die stotteren, maar ook bij hun leermeesters. Daarom is het aan te raden om de term ‘woord’ alleen voor het geschreven woord te gebruiken en het gesproken woord — het hoorbare — een betekenis-klank te noemen. Voor het VRIJ worden van stotteren is het voor iedereen die stottert, zowel voor kinderen als voor volwassenen, van groot belang om de irrationele denkwijze over spraak te vervangen door de rationele zelfsuggestie “Ik kan elke betekenis-klank maken, horen, sturen en vormen”.
Therapie voor volwassenen
Volwassenen gaan hiermee aan de slag vanuit hun inzichten. In korte therapiesessies krijgen zij de nodige handvatten aangereikt, waardoor het toepassen van de natuurlijke spreekwet in steeds meer situaties steeds gemakkelijker wordt totdat de natuurlijke spraak uiteindelijk vanzelfsprekend is.
Therapie voor (jonge) kinderen
Voor jonge kinderen is het vooral van belang dat hun ouders goed worden geïnformeerd. De nodige kennis geeft hen op de eerste plaats vertrouwen in de spraakontwikkeling bij hun kind. Pas dan zijn zij in staat om de natuurlijke spraak in goede banen te leiden door zélf voorop te lopen met het goede voorbeeld. Het jonge kind hoeft niets te doen; het volgt vanzelf, zonder te worden belast met informatie of oefeningen. Een bijkomend groot voordeel van deze aanpak is dat het jonge kind niet naar een therapeut hoeft, waarmee bewustwording van spraak of van een probleem wordt voorkomen.
De kennis van spraak zou het uitgangspunt moeten zijn van elke stottertherapie. Zolang de irrationele opvatting van spraak niet wordt rechtgezet, zowel bij therapeuten als bij cliënten, zullen ouders hun kinderen niet kunnen helpen en therapeuten aan symptomen blijven werken, waardoor het probleem wordt verergerd en in stand gehouden. Onderzoekers zullen geen oplossing vinden omdat zij blijven zoeken in gebieden, waar geen oplossing ligt. Dit is in de afgelopen 125 jaar pijnlijk duidelijk geworden. Zolang dit zo blijft, zal het stotteren voortbestaan.
door Jan Heuvel | sep 25, 2024 | Blogs |
Bij de zoektocht naar stottertherapie staan cliënten voor een belangrijke keuze: maatwerk of een gestandaardiseerde aanpak, vaak oneerbiedig aangeduid als ‘eenheidsworst’. Hoewel maatwerk – een behandeling afgestemd op individuele behoeften – aantrekkelijk lijkt, is de vraag of deze benadering altijd de optimale oplossing is. En wat te denken van methoden die tussen deze twee uitersten in liggen? Laten we de voor- en nadelen van beide benaderingen en een mogelijk alternatief onder de loep nemen.
Maatwerktherapie: perfecte pasvorm of schijnoplossing?
Maatwerktherapie belooft een behandeling die perfect aansluit op de cliënt, rekening houdend met specifieke stotterpatronen, doelen en voorkeuren. Een grondig intakegesprek leidt tot een persoonlijk behandelplan. Toch kent deze benadering beperkingen.
Voordelen: Geïndividualiseerde aanpak, meer flexibiliteit en persoonlijke aandacht.
Nadelen: Het uiteindelijke doel – vrij zijn van stotteren – wordt vaak impliciet uitgesloten ten gunste van acceptatie van het stotteren. Hoewel acceptatie belangrijk kan zijn, is het geen remedie en kan het de motivatie tot verandering remmen. De focus op symptoombestrijding kan leiden tot nieuwe stotterpatronen. Bovendien is maatwerk vaak duurder en tijdrovender, en het vinden van een geschikte therapeut kan lastig zijn.
Eenheidsworst: efficiëntie ten koste van effectiviteit?
‘Eenheidsworst’-therapieën bieden gestandaardiseerde behandelingen, ongeacht de aard van het stotteren. Vaak staan spreek- of ademhalingstechnieken centraal om vloeiender te spreken.
Voordelen: Eenvoud, toegankelijkheid en efficiëntie door een gestandaardiseerde aanpak. Een uitgebreid intakegesprek is niet altijd nodig.
Nadelen: Deze technieken bieden slechts tijdelijke verlichting. Zodra de cliënt eraan gewend raakt, keert het stotteren vaak terug. De kern van het probleem – de onderliggende oorzaak van het stotteren – blijft onaangetast, vergelijkbaar met het voorschrijven van krukken aan iemand die wel kan lopen maar bang is om de straat over te steken.
Een hybride benadering: het beste van twee werelden?
Is er een middenweg? De Hausdörfer-methode biedt een alternatief door één basistheorie te combineren met een werkwijze die rekening houdt met individuele behoeften. Deze benadering richt zich op de grondslagen van natuurlijke spraak, ongeacht de specifieke symptomen. Een uitgebreid intakegesprek is in dit geval overbodig. De nadruk ligt op het aanpakken van de kern van het stotteren, waardoor symptomen verdwijnen.
Conclusie
Zowel maatwerk als gestandaardiseerde therapieën hebben hun voor- en nadelen, en succes hangt af van vele factoren. Een hybride benadering, zoals de Hausdörfer-methode, kan een effectieve strategie bieden door de voordelen van beide aanpakken te combineren waardoor de nadelen wegvallen. Het is essentieel om een methode te kiezen die realistische doelen stelt om vrij te worden van stotteren. De juiste therapie kan een doorslaggevende rol spelen in iemands communicatievaardigheden en zelfvertrouwen voor de rest van z’n leven.
door Jan Heuvel | dec 16, 2023 | Blogs |
Stotteren beheerst je leven. Woorden en zinnen lijken onbereikbaar, een dagelijkse strijd die je steeds weer verliest. De angst om te spreken is constant aanwezig, een spanning die je door je hele lichaam voelt. Je vermijdt situaties waar je moet praten, alhoewel je thuis, in je veilige omgeving, vrij kunt spreken. Maar op school, op je werk, of in gezelschap van anderen, neemt het stotteren je over. Je kunt niet zeggen wat je wilt, hoe je het wilt. De inspanning om ‘normaal’ te klinken, werkt averechts: Hoe harder je je best doet, hoe erger het stotteren wordt. Woorden en letters lijken te dansen voor je ogen, terwijl het stotteren onherroepelijk de controle overneemt.
Dit blog beschrijft een verrassende waarheid over stotteren: er is niets mis met jouw spraakvermogen. Je kunt prima praten, en vertrouwen in je eigen stem is de sleutel tot vloeiendere communicatie. Hieronder vind je waardevolle tips om te beginnen aan een leven zonder stotteren. Maar eerst: wat betekent leven met stotteren voor jou? En hoe kan de impact van stotteren ook de oorzaak ervan zijn? En hoe kan het gevolg van stotteren ook de oorzaak ervan zijn?
Je schaamt je voor hoe je praat
De schaamte over je stotteren is groot. Anderen lijken moeiteloos te spreken, een gemak dat jij je zo vurig wenst. Jouw stotteren klinkt vreselijk, en je voelt dat iedereen het hoort. De schaamte is overweldigend op momenten van hevig stotteren. Gesprekken met vertrouwde mensen voelen anders; zij kennen je stotteren en geven je de ruimte. Maar bij anderen vrees je hun oordeel, de aanname dat ze je niet zien zoals je bent. Je voelt je kwetsbaar en minderwaardig.
Je kunt niet alles zeggen wat je wilt
Je wilt je gedachten en gevoelens delen, je mening geven, vragen stellen, kennis uitwisselen, anderen helpen en troosten. Je wilt een brood bestellen of de dokter spreken; maar stotteren maakt dit niet vanzelfsprekend. Soms is het zelfs onmogelijk, wat frustrerend, pijnlijk en verdrietig is. Het stotteren belemmert je om volledig jezelf te zijn en je met anderen te verbinden.
Je doet veel moeite om beter te praten
Ondanks schaamte en onzekerheid wil je, net als iedereen, graag deelnemen aan gesprekken en gehoord worden. Je streeft naar vloeiendere spraak, let nauwgezet op je woorden en uitspraken, en analyseert jezelf kritisch. Elke hapering leidt tot extra inspanning om verdere stotteringen te voorkomen. Bewust of onbewust ontwikkel je strategieën om vloeiender te spreken. Welke van deze strategieën gebruik jij?
Herken je dit:
Je vermijdt bepaalde woorden en letters;
Je gebruikt synoniemen om woorden te omzeilen;
Je probeert de woorden uit je mond te persen;
Je neemt een adempauze voor of tussen bepaalde woorden;
Je praat extra snel om er maar van af te zijn;
Je praat extra langzaam;
Je let op je mondpositie tijdens het spreken;
Je schaamte en pogingen om je spraak te corrigeren verergeren het stotteren juist
Gebruik je dezelfde strategieën wanneer je met een hond of baby praat? Kost het spreken dan ook zoveel moeite? Het antwoord is nee. Waarom? Stotteren ontstaat door de angst voor de beoordeling van anderen. Je kunt prima spreken zonder moeite of trucjes, maar de angst voor oordeel maakt het spreken moeilijk. Honden en baby’s oordelen niet, waardoor je ontspannen en vloeiend met hen kunt communiceren. Angst en schaamte, en de daaruit voortvloeiende pogingen om ‘normaal’ te spreken, zijn dus de oorzaak van je stotteren. Je hebt jezelf een onnatuurlijke spreekwijze aangeleerd. Je kunt vloeiend spreken; je bent alleen vergeten hóe.
Met een andere mindset leer je weer natuurlijk spreken
Inzicht in de werkelijke oorzaak van stotteren is bevrijdend. Je stotterprobleem is oplosbaar: aangeleerde, onnatuurlijke spraakpatronen kunnen worden afgeleerd. Je kunt terugkeren naar natuurlijke, moeiteloze spraak, vrij van stotteren. Deze bevrijding komt door een verandering in mindset: stop met vechten tegen het stotteren, laat de trucjes los en laat je spraak natuurlijk stromen. Natuurlijk spreken is niet moeilijk; het is al in je aanwezig. Drie pijlers zijn hierbij essentieel:
- Laat negatieve gedachten over je spraak los, evenals het oordeel van jezelf en anderen.
- Luister bewust naar je eigen stem – een natuurlijk instrument waarmee je als baby al leerde praten.
- Experimenteer met verschillende klanken en toonhoogtes, en ervaar hoe je je stem kunt beheersen. Dit bouwt vertrouwen op in je vermogen om vrij te spreken.
Zet nu de eerste stappen naar spreken zonder stotteren
De Hausdörfer-methode helpt je de controle over je stem terug te winnen, zodat je altijd en overal zelfverzekerd, ontspannen en met plezier kunt spreken. Je kunt zeggen wat je wilt, zoals je het wilt. Stel je voor: geen worsteling meer, gewoon 3 broden bestellen bij de bakker, een praatje maken op straat, je mening geven op school of werk. Het gevoel van bevrijding, jezelf kunnen zijn, is binnen handbereik! Met onze 6 tips zet je de eerste stappen naar stottervrij spreken. Herwin het vertrouwen in je stem.
Download de 6 tips.