Tot op heden zijn wetenschappers en therapeuten er niet in geslaagd het stotterprobleem werkelijk te doorgronden. Daardoor ontbreekt er nog steeds een afdoende oplossing. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost, wordt het al snel bestempeld als ‘moeilijk’, ‘complex’ of zelfs ‘onoplosbaar’. Het gevolg is vaak berusting: men richt zich niet langer op het vinden van een oplossing, maar op acceptatie en omgaan met het probleem.
Toch hoeft iets wat onoplosbaar lijkt, niet per se ingewikkeld of daadwerkelijk onoplosbaar te zijn. Soms wordt eenvoudigweg vanuit de verkeerde hoek gekeken. Bij stotteren richt de aandacht zich meestal op de zichtbare en hoorbare symptomen: haperingen, blokkades en secundair gedrag. Deze verschijnselen zeggen echter weinig over de kern van het probleem. Achter deze benadering gaan twee hardnekkige denkfouten schuil, die diep verankerd zijn in onze manier van denken over spraak.
1. De irrationele opvatting van spraak
De eerste, en wellicht meest fundamentele, denkfout komt vrijwel overal voor: bij wetenschappers, therapeuten, mensen die stotteren én mensen die natuurlijk spreken. Iedereen heeft – vaak zonder zich daarvan bewust te zijn – een irrationele opvatting van spraak. We denken op een verkeerde manier over wat spreken eigenlijk is en hoe het tot stand komt. Daardoor zoeken we oplossingen op plaatsen waar ze niet te vinden zijn. In hoofdstuk 5 werd hier uitgebreid op ingegaan.
2. Een verkeerd uitgangspunt
De tweede denkfout ligt in de ogenschijnlijk logische neiging om iemand die stottert te vergelijken met iemand die natuurlijk spreekt. Die vergelijking lijkt zinvol, maar brengt vooral de uiterlijke kenmerken van stotteren in kaart, niet de onderliggende oorzaak. Wanneer symptomen worden aangezien voor oorzaken, ontstaat er een fundamenteel verkeerde onderzoeksrichting.
Omdat onderzoekers doorgaans voortbouwen op elkaars bevindingen, raakt men steeds verder verwijderd van de kern van het probleem. Juist door deze aanpak blijft stotteren onbegrepen. De wetenschap zou grote stappen vooruit kunnen zetten door een andere vraag te stellen: waarin verschilt iemand die stottert van zichzelf — tussen momenten van stotteren en momenten van natuurlijk spreken?
Vrijwel iedereen die stottert kent immers situaties waarin hij wél natuurlijk spreekt. Dáár ligt de sleutel. Door te onderzoeken wat er in die momenten anders is, verschuift de aandacht van het probleem naar de oplossing.
Waarom wordt deze benadering niet opgepakt binnen het logopedische veld?
Als het stotterprobleem meer dan een eeuw geleden al werd opgelost, waarom wordt deze benadering niet opgepakt binnen het logopedische veld?
In mijn beginjaren bood ik Hausdörfer-cursussen aan voor logopedisten. De belangstelling was er zeker, maar vaak met een specifieke insteek: “Wat kunnen wij hieruit halen om onze eigen werkwijze te verbeteren?” Wie werkelijk begrijpt hoe deze methode werkt, ziet echter iets anders. Je kunt haar niet simpelweg toevoegen aan bestaande therapieën. Vrijwel alles wat je geleerd hebt, zou je moeten loslaten om een fundamenteel ander pad in te slaan.
Dat is een ingrijpende stap — zeker wanneer je afhankelijk bent van collega’s, beroepsorganisaties, richtlijnen en bestaande structuren. Afwijken van het dominante narratief kan je professionele positie en zelfs je inkomen in gevaar brengen. Dit mechanisme hebben we de afgelopen jaren ook in andere maatschappelijke domeinen gezien.
Amathia: onwetendheid die zichzelf niet kent
De oude Grieken hadden hier een woord voor: amathia. Het betekent niet zomaar onwetendheid, maar onwetendheid die denkt te weten — en daardoor niet langer openstaat voor correctie.
Dit mechanisme beperkt zich niet tot de politiek en media; het is ook zichtbaar in de gezondheidszorg. Systemen belonen zekerheid, niet effectiviteit. Theorie, niet resultaat. Narratief, niet werkelijkheid.
Ook binnen de stottertherapie is dit patroon herkenbaar: meer dan een eeuw geleden bestond er al een werkzame oplossing. Omdat deze echter niet paste binnen het heersende denkkader, werd zij genegeerd, gemarginaliseerd uiteindelijk simpelweg vergeten.
Tot slot
De parallel is pijnlijk duidelijk. Niet omdat mensen kwaadwillend zijn, maar omdat systemen de neiging hebben zichzelf in stand te houden. Zo blijft stotteren voor velen onnodig bestaan.
Misschien is het tijd om opnieuw te luisteren —
niet naar wat het hardst klinkt,
maar naar wat al die tijd heeft gewerkt.
