Het bereiken van mijn AOW-leeftijd voelt als een natuurlijk moment voor een kleine terugblik. Niet alleen op mijn leven, maar vooral op een ontdekking die alles veranderde. Tot mijn 25ste had ik eigenlijk maar één probleem: ik stotterde. Dat veranderde onverwacht en radicaal tijdens een workshop over de Hausdörfer-methode in Keulen. Na een korte uitleg en een paar eenvoudige oefeningen grapte ik tegen mijn medecursist: “Stotter jij nog? Ik niet meer!”
Het was als grap bedoeld — maar zo voelde het werkelijk.

Een ervaring die alles op zijn kop zette
Deze ervaring raakte mij op meerdere niveaus. Natuurlijk was er geluk en opluchting: eindelijk begreep ik wat spraak werkelijk is. Niet iets dat uit letters en woorden bestaat, maar uit klanken. En dat ik elk stemgeluid dat nodig is voor spraak, simpelweg kan maken. Tegelijkertijd was er verbazing en verontwaardiging. Want als er een oplossing bestaat voor stotteren — waarom ontdekte ik die dan pas bij toeval op mijn 25ste? Waarom wordt deze kennis niet breed toegepast? Die vragen lieten mij niet meer los. Sterker nog: ze vormde het begin van mijn loopbaan als inspirator voor natuurlijk spreken.

Het gedachtegoed bleef, de vorm veranderde
De methode van Oscar Hausdörfer, zoals hij die rond 1900 beschreef in vier boeken, is in essentie altijd dezelfde gebleven. De natuurwet die geldt voor spraak verandert immers niet. De echte uitdaging zat voor mij niet in de inhoud, maar in de overdracht. Bij Hausdörfer volgde men vier weken interne therapie, eventueel verlengd met nog eens vier weken. Dat lijkt lang, maar in de jaren zeventig en tachtig waren ook andere methodes vaak wekenlang intern, soms zelfs meerdere keren per jaar en er waren lange wachttijden. Ik was ervan overtuigd dat het korter en efficiënter kon.

De eerste cursussen die ik eind jaren tachtig gaf, bestonden uit twee weekenden met vier weken ertussen. Ik merkte echter hoe lastig het was om mijn kennis, ervaring en overtuiging in korte tijd helder over te brengen. Op zoek naar eenvoud ontstond het model “Das Haus” van Hausdörfer:

  • het fundament: de natuurwet van spraak;
  • drie pilaren: onhandige doelstellingen vervangen, rationele zelfsuggestie en flegma;
  • het dak: discipline, een gezonde wil en een gezonde levenswijze.

De sleutel: flegma
In de beginjaren kreeg flegma te weinig aandacht. De nadruk lag op klanksturen, met spreekrust (spreekvertrouwen) als doel. Cursisten ergerden zich echter wanneer die spreekrust soms niet werd bereikt. Die ergernis bleek net zo schadelijk als de ergernis over stotteren zelf. Daarmee bleef ook het doel vloeiend spreken onbewust intact — precies wat de spreekspanning in stand houdt. Lange tijd was ik mij er niet van bewust welke doorslaggevende rol de flegmatieke (gelijkmoedige) gevoelstoestand in mijn eigen ervaring had gespeeld. Dit besef zorgde ervoor dat flegma (gelijkmoedigheid) centraal kwam te staan: niet vechten, niet corrigeren, maar streven naar een gelijkmoedige houding die het toepassen van de natuurwet van spraak gemakkelijk maakt.

Een volgende stap: werken rondom het doel
In 2010 introduceerde ik — met dank aan psychologe Angela Stoof — de circumambulerende werkwijze, geïnspireerd op het gedachtegoed van Carl Jung. Niet recht op het doel af, maar er als het ware de kern omcirkelen en vanuit allerlei invalshoeken benaderen. Dit maakte de methode niet alleen eenvoudiger overdraagbaar, maar ook makkelijker toepasbaar. Omdat je niets meer “fout” kon doen, werd de prestatiedruk verlaagd en faalangst op een zijspoor gezet. De juiste inzichten en de bevestiging daarvan geven je vleugels, zodat er simpelweg geen weg meer is die aan je doel voorbijgaat. Zo ontwikkelde de werkwijze zich in veertig jaar tijd verder, terwijl het oorspronkelijke gedachtegoed van Hausdörfer altijd als onwrikbare basis is blijven bestaan.

Eén vraag bleef knagen
Voor mij was het stotterprobleem vrij snel opgelost en waren al mijn vragen beantwoord. Één vraag bleef echter lange tijd open: waarom wordt dit niet opgepakt in het logopedische veld? In mijn beginjaren bood ik Hausdörfer-cursussen aan logopedisten aan. De belangstelling was er zeker, maar vaak met de insteek: “Wat kunnen wij hieruit halen om onze eigen werkwijze te verbeteren?” Wie werkelijk begrijpt hoe deze methode werkt, ziet echter iets anders: je kunt haar niet toevoegen. Vrijwel alles wat je geleerd hebt, zou je moeten loslaten om een nieuw pad in te slaan. Dat is een moeilijke stap — zeker wanneer je afhankelijk bent van collega’s, beroepsorganisaties en richtlijnen. Afwijken van het dominante narratief kan je positie en inkomen in gevaar brengen. We hebben dit mechanisme recent ook gezien in andere maatschappelijke domeinen.

Amathia: onwetendheid die zichzelf niet kent
De oude Grieken hadden hier een woord voor: amathia. Het betekent niet zomaar onwetendheid, maar onwetendheid die denkt te weten — en daardoor niet langer openstaat voor correctie. Dit mechanisme beperkt zich niet tot de politiek of de media; het is ook zichtbaar in de gezondheidszorg. Systemen belonen zekerheid, niet effectiviteit. Theorie, niet resultaat. Narratief, niet werkelijkheid. Ook binnen de stottertherapie is dit patroon herkenbaar. Meer dan een eeuw geleden bestond er al een werkzame oplossing. Omdat deze echter niet paste binnen het heersende denkkader, werd zij genegeerd, gemarginaliseerd of simpelweg vergeten.

Tot slot
De parallel is pijnlijk duidelijk. Niet omdat mensen kwaadwillend zijn, maar omdat systemen de neiging hebben zichzelf in stand houden. Zo blijft stotteren voor velen onnodig bestaan.
Misschien is het tijd om opnieuw te luisteren —
niet naar wat het hardst klinkt,
maar naar wat al die tijd heeft gewerkt.